MensenMens

Blog voor mensen en over mensen

Simulatie training dementie

Vanmiddag werd ik even meegenomen in de leefwereld van een persoon met dementie. PGGM nodigde een aantal medewerkers van Warande, de organisatie waar ik werk als teamcoach, uit voor een simulatietraining. Into D’mentia is ontwikkeld vanuit de overtuiging dat een beter begrip van het ziektebeeld van dementie, de relatie tussen de verzorgde en de persoon met dementie direct verbetert en verdiept. Als je zelf ervaart hoe het is om met dementie te leven, snap je het beter, toon je meer begrip, ervaar je de zorg als minder zwaar…en kun je betere zorg leveren.

Ik had geen idee wat ik kon verwachten. Toch ging ik er open in en had me voorgenomen om mijn eigen denken uit te schakelen. De simulatie vond plaats in een mobiele ruimte. Na een korte uitleg liep ik met een boodschappen tas, die ik mee had gekregen naar binnen. Ik werd ondersteund door een vernuftig apparaat wat op mijn rug hing. Dit was mijn innerlijke stem. In een nagebouwde woonkeuken beleefde ik een dag uit het leven van een iemand met dementie.

Mobiele cabine

In 25 minuten tijd beleefde ik verschillende momenten uit een dag van iemand met beginnende dementie.

Het was echt een vreemde gewaarwording. Het ging goed om mijn eigen  gedachten uit te schakelen. Hierdoor ging ik volledig af op ‘mijn’ innerlijke stem. Ik voerde opdrachten uit en ‘mijn’ stem nam me mee.  Na 25 minuten ging ik naar buiten om boodschappen te gaan doen. Buiten stond mijn begeleidster!  Ik wist waar ik was, maar had toch wat moeite om weer in mezelf terug te keren. Ik was echt een beetje daas in mijn hoofd en dat voelde onwerkelijk aan. In het nagesprek kon ik mijn ervaringen delen.

Nog een beetje raar in mijn hoofd liep ik naar de parkeergarage om mijn auto op te halen . Ik liep via een matglazen trap naar beneden en ik lieg niet, maar zelfs lopen op die trap voelde onwennig. Toen ik de parkeergarage uit reed viel me pas op hoe groot deze was. Al speurend om me heen vond ik natuurlijk de uitgang. Ik zat in een voor mij vreemde wijk in Zeist, dus had ik de tomtom ingesteld. Zelfs toen leek het alsof ik nog in in de cabine zat. Gelukkig herkende ik de omgeving al snel en werd ik weer mezelf. Het is bijna niet te geloven wat ik schrijf en toch is het de waarheid.

Wat me opviel was dat prikkels heel sterk binnen komen. Dat je aan alle knoppen gaat zitten draaien en trekken als de radio keihard staat en nergens op reageert. Dat zoeken in kastjes het gevoel geeft van ‘niet weten.’ Kortom ervaringen genoeg om met medewerkers te bespreken als ik trainingen, coaching of intervisie geef.

Graag had ik nog iets sterker de wanhoop of angst ervaren die ik regelmatig zie op de gezichten van mensen met dementie. Dat is bijna niet mogelijk gaven ze aan bij het nagesprek.

Ik hoop van ganser harte dat ik het ook niet echt ga ondervinden. Dat zou betekenen dat ik zou lijden aan dementie en dat gun ik niemand, zelfs mezelf niet.

Advertenties

Dementie en dan?

Dementie en dan?

De veelbesproken uitzendingen van 23 en 24 september op Nederland 2 hebben heel veel indruk gemaakt op een heleboel mensen. Ook op mij.

We werden meegenomen in het proces van een aantal mensen die de ziekte van Alzheimer hebben. Dementie is de overkoepelende naam voor de verschillende ziektebeelden die er zijn met als belangrijkste verschijnsel geheugenstoornissen.

Ik werk inmiddels 36 jaar in de ouderenzorg en vind contacten met ouderen nogsteeds het mooiste wat er is. En toch ‘pakte’ de documentaire mij enorm.

dementie

Het was beklemmend en aangrijpend. Soms keek ik ook met een warme glimlach. Wat mij het meeste raakte was de worsteling, het verdriet, de liefde en betrokkenheid die zo voelbaar was tijdens de uitzendingen. De opmerking  van een echtgenote die samen met haar, nog jonge dochter, het beeld van hun man en vader in de nabije toekomst voor ogen zagen: ‘ straks loopt hij ook door de gang te sloffen.’ Of de zo vermoeide uitspraak van een andere echtgenote: ‘Ik wil mijn man terug, ik wil geen kind meer.’ De dame die de angst in de ogen had toen haar man even uit haar blikveld verdween en veranderde van een lieve vrouw in een boze en opstandige dame.

Waar ik ook moeite mee had is de soms wat betuttelende toon van de  hulpverleners. Een dame die 50 jaar ouder is dan de verzorgende wordt aan gesproken met haar voornaam en getutoyeerd . Ik weet dat sommige bewoners dat liever hebben en dat is ook goed. Maar doe dat in hemelsnaam niet als ze in een groep zit en probeert haar best te doen om als een echte dame over te komen. Doe dat als je alleen met haar bent op en dan op een juiste en warme manier.

Wat zijn de testen toch confronterend voor mensen die geheugenproblemen hebben. Keer op keer geconfronteerd worden met ‘niet weten.’ Zien en opmerken dat je als mens verandert en niet weten hoe je toekomst eruit gaat zien. Praten met je kinderen over euthanasie wanneer het  lijden te veel wordt. Je kinderen zien huilen en horen dat ze zeggen: ‘pap, maar je geniet nu toch van het leven.’

Het is zo moeilijk om in de huid te kruipen van iemand die dement is om echt te voelen en te ervaren wat zij meemaken. Vaak denk ik als ik bij iemand zit die zoekende is: ‘wat gaat er toch in dat hoofd om en hoe kan ik haar/hem, al is het maar even, bereiken?’

Morgen mag ik een poging doen. Ik ga een ervaringstraining meemaken. Nieuwsgierig? Klik op deze link en lees morgen mijn blog hierover.

Wanneer spijt de plaats inneemt van je dromen

Boven aan de lijst van mensen die terminaal zijn, staat de verzuchting: ‘ik wou dat ik de moed had gehad mijn eigen leven te leiden en niet het leven dat anderen mij probeerden op te leggen.’ Kennelijk trekken mensen zich pas op dat moment niets meer aan van wat anderen van hen zouden kunnen vinden. Op nummer 2 staat: ‘ik wou dat ik wat minder hard had gewerkt.’ Op 3: Ik wou dat ik de moed had gehad om mijn gevoelens te uiten’, op 4: ‘ik wou dat ik contact had gehouden met mijn vrienden’ en op 5: ‘ik wou dat ik mezelf had toegestaan gelukkiger te zijn.’

Het is verrekte jammer dat de meesten van ons kennelijk pas in staat zijn om zichzelf te zijn in de wetenschap dat ze er binnen afzienbare tijd niet meer zullen zijn. Zonde toch?

spijt

Dit las ik gisteren op de scheurkalender van de coachkalender. Ik wilde dit met u delen en u attent maken dat het toch erg jammer en zonde van je levensjaren is als je niet voldoende aan jezelf denkt en teveel bezig bent met anderen of met je werk.

Een wijze les vind ik……..en iets om over na te denken!

Teveel aan regels en procedures

We weten allemaal best hoe het anders kan! Wat is het wat ons tegen houdt? Is het angst voor het onbekende of is het vrees om slecht naar ‘buiten’ te komen? Hoe kunnen we de handen in elkaar slaan om dit te veranderen?

Ik denk hier al veel langer over. In april 2012 woonde ik een debat bij van Actiz over het nieuwe ouder worden. Toen sprak ik met Joris Slaets (hoogleraar ouderengeneeskunde Universitair Medisch Centrum Groningen) over een voorval wat plaatsgevonden had met de Inspectie van Volksgezondheid. Toen gaf hij mij het advies al: ‘gooi alle regels over boord en maak je ‘eigen’ regels en houd je daar aan als organisatie.’

Dat ik niet de enige ben die over dit soort zaken nadenkt weet ik. Ik lees er steeds vaker over. Vorige week stond er een groot artikel in de NRC over de maakbaarheid van het leven. Wat mij daarin raakte is het feit dat we alles proberen te regelen en te beheersen. Niets meer aan het toeval over te laten. De overheid doet daar ook aan mee. De vraag die daar gesteld werd bijvoorbeeld: ‘kan de overheid je verplichten, als jij een religieuze overtuiging hebt, om je kinderen niet in te enten tegen mazelen?’

Gisteren deelde ik een artikel op facebook. Regelarme zorg verhoogt welbevinden en werkplezier. 

Stichting De Hoven zette voor het experiment de regelsystemen HKZ, HACCP, CQ-index, Meetweek en Vroegsignalering aan de kant. De organisatie besloot te denken vanuit ‘welbevinden’. In samenspraak met bewoners werd gekeken naar een nieuwe set regels. Fantastisch! Vandaag in Trouw las ik de kop: ‘Teveel aan regels en protocollen is verstikkend voor hulpverleners.’ Elk incident lijkt weer tot nieuwe afspraken te leiden. Alsof daarmee elk volgende incident weer is afgedekt. ‘Risicoregelreflex’ wordt het genoemd.

bultrug procedure

Al deze artikelen, en het zijn er vast meer, bevestigen dat ik niet de enige ben die hier over nadenkt. Moeten we niet uitgaan van gezond verstand en de professionals gewoon hun werk laten doen? Mensen zijn daar op aan te spreken en uiteindelijk lijdt dit tot betere werkresultaten. En met name in zorginstellingen lijdt dit tot verbetering van het welbevinden van de cliënten. Dat is toch uiteindelijk wat we allemaal willen?

Op dit moment leven we naar Prinsjesdag toe. Langzaam maar zeker lekt het één en ander uit. Volgens mij is het tijd dat dit soort zaken daar besproken gaan worden ipv. alleen maar praten over bezuinigingen. Ik ben er van overtuigd dat als we alle zorgorganisaties inrichten zoals beschreven door Stichting de Hoven in het Groningse, er minder geld nodig is voor de zorg, cliënten een beter bestaan leiden en de medewerkers hogere kwaliteit van zorg-  en dienstverlening leveren.

Ik werk graag mee aan het opzetten van dergelijke zorgorganisaties. We moeten het gewoon gaan doen. Met een aantal mensen beginnen. Ik wil wel!

Onze manier van vakantie vieren

Welkom in ons huis aan de Overijsselse Vecht en een goede tijd toegewenst.  Eet of drink alles in de koelkast wat jullie lusten en gooi het anders weg.  Dit is vaak de 1e informatie die we lezen bij binnenkomst. Met daarna allerlei informatie over zaken waar u zich vast wel een voorstelling van kunt maken. Wat te doen bij onweer, de plek waar de gebruiksaanwijzingen liggen, scheiden van afval en wanneer de kliko aan de straat te zetten.  Deze keer lag er ook een schrijven bij met de titel: ‘onverplichte toeristische tips.’ Dit was nieuw voor ons.

Net aangekomen op ons vakantieadres is het allemaal nog een beetje onwennig. Waar vind je de koffiebekers? Waar staan de pannen en hoe werkt het kookapparaat (7 pitten en 4 ovens)? Waar liggen de sleutels en welke is voor de brievenbus? Sommige dingen zijn gemakkelijk te vinden. Bijvoorbeeld het bestek, je trekt een la open of anders nog één en je hebt gevonden wat je nodig hebt. Je loopt door het huis en proeft de sfeer al een beetje. Er zou ook een poes zijn, waar is ze nu? We zijn benieuwd of zij haar neus laat zien. Op onze ronde door het huis slaan we vaak kreten uit, zoals: ‘wat is het groot, je zou verdwalen in dit huis.’ ‘Geweldig is het hier, wat een tuin en wat een mooi uitzicht.’

zichtophuis3

Na een paar uur, als je dan de spullen hebt uitgepakt voelt het al beter. Koffie……maar eerst even lezen hoe dit apparaat werkt en je drukt op goed geluk op een paar knopjes en weldra zit je met een dampende kop zalige cappuccino voor je neus. Het voelt goed stellen we vast.

Onlangs spraken we met een man over het ‘goed voelen van een huis.’ Voelen, voelen, hoe voelt dat dan? Het is lastig om dit aan anderen duidelijk te maken. En zeker aan een hoog opgeleide man. Die heeft niets met voelen, die wil weten en niet voelen. Misschien hebben we in de loop der jaren hier een speciaal ‘gevoel’ voor ontwikkelt. Wie zal het zeggen. Ons is inmiddels wel duidelijk dat je niet met iedereen over ‘gevoel’ kan praten. Dit is niet nieuw voor mij, ik heb dat ook in sommige situaties op het werk wel meegemaakt.

Dit huis voelde direct goed. Sfeervol ingericht, veel ramen, overal boeken, tijdschriften, zachte kleuren in huis.

Op de 2e dag hadden we het al over ons huis. We hadden een flink eind gefietst en verlangden daarna weer naar ‘huis’. Koffie met een tijdschrift en dan een ronde langs alle boeken. Ik kreeg gelijk al de kriebels. ‘Die wil ik lezen en die en die en die. Je vertrekt met ik weet niet hoeveel digitale boeken en toch koos ik voor een gewoon boek. Toch wel weer lekker, een echt boek in je handen.

We hebben al hilarische dingen meegemaakt in onze 1e week. Daarover later meer uiteraard.

Toen lekker thuis op de bank met een mooi boek: ‘Stoner.’ Daar heeft u vast gelezen in mijn vorige blog.

Stoner, een roman over een bescheiden man

De foto en het gegeven op de achterkant van het boek spraken me al aan toen ik het in de boekenwinkel had zien liggen. Op ons vakantieadres aangekomen stond het in de boekenkast en niets hield mij meer tegen.

Sommige mensen zullen het een saai boek vinden, een roman over een boerenzoon die landbouw gaat studeren, maar verslingerd raakt aan de literatuur. Geschreven met keurige en correcte taal, die soms wat zakelijk overkwam.

De roman gaat over een bescheiden man, met een bescheiden levensverhaal en bescheiden overwinningen. Zijn leven draait om literatuur, lesgeven en de liefde en hierin vindt hij zichzelf op alle vlakken mislukt. Je leest over zijn passieve rol in het leven waarin hij alles meer laat gebeuren dan dat hij er zelfs iets aan doet. Hij is bezeten van de universiteit, tenminste van de universiteit van toen. Niet die van de huidige universiteit waar mensen klaar gestoomd worden, maar daar waar de studenten op onderzoek gingen en bleven lezen. Want….in het volgende boek kon je mogelijk vinden wat je zocht.

Een collega die de man haatte en in hem een concurrent zag dreef hem en zijn geliefde uit elkaar. Een boek die haaks staat op de huidige prestatiecultuur.  Waarom zou hij zich beter voordoen als de rest en waarom hogerop komen en macht krijgen? Daar zit deze bescheiden man zeker niet op te wachten.

Het beschrijft hoe hij ouder wordt en hoe hij de glans van het onderzoeken kwijt raakt, hoe hij regelmatig met gemak in een onwezenlijke toestand kon belandden en zijn bewustzijn onttrok van zijn lichaam. Hoe hij juist in die fase een andere manier ging vinden in het doceren van de Engelse literatuur, waardoor hij zijn collega’s ‘verloor.’ Hoe hij tenslotte meer dood dan levend met pensioen ging en gepromoveerd werd tot Hoogleraar.

Aan zijn eenzame bestaan kwam snel een einde na die afscheidsdag. Op zijn achterkamer wachtte hij op de dood en net voor zijn dood dacht hij: ‘zo gaat het dus, doodgaan valt best mee’. Met de zonnestralen in zijn gezicht stierf hij een treurige dood.

Het boek intrigeerde mij vanaf het moment toen ik het zag liggen tot en met de laatste bladzijde die ik las. En daarna…..sprak ik er nog over en dacht aan hem terug.

Een aanrader.

Thuis of in een verzorgingshuis?

Thuis of in het verzorgingshuis?

Van een aantal  verzorgingshuizen weten we al dat ze gesloten worden. Sommige organisaties zijn bezig om het scheiden van wonen en zorg in te voeren. Wat dat is? De appartementen in het verzorgingshuis, nu nog bewoont door mensen met een lage zorgvraag, worden dan zorgwoningen waar mensen net als thuis huur, gas, licht en water betalen. Net als thuis? Het is toch hun thuis, ze wonen daar dan toch? Hebben mensen dan voorheen niet in een verzorgingshuis gewoond?

Op dit moment wordt alles nog betaald door de AWBZ. Zorg en verblijf. Sinds januari hebben de mensen met een lage zorgvraag geen recht meer op verblijf.

De term zorg is begrijpelijk maar, ´verblijf´ is vakjargon. Onder verblijf valt: huur, gas, licht, water en de huishoudelijke hulp. Maar ook het eten en drinken en  de activiteiten die voor afleiding zorgen. Mensen verhuizen dus in de toekomst naar een zorgwoning in plaats van naar een verzorgingshuis. Zij kunnen zorg en huishoudelijke hulp van de thuiszorg krijgen. Mits ze geen buren, familieleden of vrienden hebben die hun kan helpen. Hebben ze die wel, dan krijgt men geen indicatie.

Mensen moeten zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen van de overheid. Het voordeel, dat zegt de overheid, is dat mensen meer regie houden op hun leven. Ze gaan zelf de huur betalen en bepalen zelf welke zorg of service ze willen hebben.

eigen regie

Toch begrijp ik het niet. Lees maar even de twee vragen in de 1e alinea. Bewoners van een verzorgingshuis die woonden toch al in het verzorgingshuis? Of ben ik in de war? Ze waren daar toch niet opgesloten? Ik heb in de jaren dat ik in het verzorgingshuis werkte op verschillende dingen gehamerd bij de medewerkers. ´Niet zomaar ergens naar binnen gaan, eerst aanbellen en wachten tot de bewoner open doet of roept dat je binnen mag komen. Als onze bewoners tijdelijk in het ziekenhuis lagen, ging er een speciaal slot in de deur, zodat de medewerkers niet meer naar binnen konden, alleen de familie die de sleutel had gekregen. Het is tenslotte hun eigen huis die vol staat met persoonlijke spullen. Als er  zorg verleent werd gebeurde dat in overleg met de bewoner. Hoe laat wilt u geholpen worden en wilt u op bed geholpen worden of in de badkamer? Dat waren standaard vragen aan de bewoners.

Natuurlijk, soms hielden medewerkers zich niet aan deze afspraken en liepen ze toch zo maar het appartement in. Of werd een bewoner later  gewassen dan de afspraak was. We bleven echter wel in gesprek met de bewoners en medewerkers hierover.  Ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken dat de postbode zomaar mijn huis binnen stapt en een postpakketje in mijn huiskamer neer zet!

Ben ik dan altijd zo in de war geweest en hoeft dat alleen maar als mensen zelf de huur betalen en alles daarom heen? Mensen woonden niet in een verzorgingshuis, maar waren daar onder gebracht?

Dan is het maar goed dat de verzorgingshuizen gesloten worden. Maar wat met bewoners van verpleeghuizen? Zijn die ook opgeborgen en hebben zij dan ook geen eigen regie?

Als dit de gedachte is van de overheid…….dan is er toch iets fundamenteel mis!

Sluit jij je ogen voor je angst?

Afgelopen week werd ik me weer eens bewust van mijn eigen angst.

Het begon allemaal op zolder. Ik ging even een blouse strijken die ik de volgende dag aan wilde. Ik wachtte tot het strijkijzer heet was en keek even om me heen. Ineens zag ik ze staan. Bananendozen vol met 2e hands handwerkmateriaal. Mijn partner gaat het spul  verkopen op een markt en de opbrengst is voor het verzorgingshuis waar ze als vrijwilligster werkt.

Ineens ‘ vloog’ het door mijn hoofd heen. Een gesprek dat ik onlangs met iemand had over bananendozen en vogelspinnen. Het komt met regelmaat voor dat er vogelspinnen mee reizen naar Nederland. Deze zitten soms tussen de bananen en heel soms blijven ze achter in de doos en komt ‘het beest’ er in de supermarkt uit. Heel relaxt spraken we hierover. Maar eenmaal op zolder schoot het door mijn hoofd heen.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik het niet op beestjes heb. Kevertjes, torren, spinnen, oorwurmen, ik kan er nachten van wakker liggen. Deze angst is er de oorzaak van dat ik nog nooit gekampeerd heb. Terwijl ik, als ik op bezoek ben bij mensen op een camping vaak denk: ‘dat wil ik ook, ik ben gek op de natuur’. En toch gaat dit niet gebeuren.

angst

Ik spreek wel met mensen over hun angsten, angsten die erg variëren. Van kleine ongemakkelijke angsten tot angsten die mensen belemmeren in hun functioneren. Het is belangrijk dat je je angsten geen eigen leven laat leiden en dan mogelijk een angststoornis ontwikkeld. Maar zo zwaar wil ik het hier niet maken.

Zo sprak ik eens met iemand die het moeilijk vond om in een vergadering op de afdeling een klinische les te geven. Waar ben je bang voor? Bang om vragen niet te kunnen beantwoorden omdat hij twijfelde over zijn eigen kunnen. Bang dat er onverwachtse dingen zouden gebeuren en hij uitgelachen zou worden. En op mijn vraag: ‘stel dat je iets niet zou weten, hoe erg zou dat zijn en wat kun je in zo’n geval wel antwoorden?’ ‘Waarom zouden je collega’s je uit lachen?  Hierover doorpratend probeer ik een stukje angst weg te nemen. Met mensen in gesprek gaan over hun gevoel; wat voelen ze als ze de angst benoemen en proberen die angstgevoelens onder controle te krijgen. Situaties voor bespreken en mensen leren hoe ze zich het beste kunnen presenteren. Na afloop evalueren en dan weer verder in gesprek.

Het klinkt zo makkelijk als ik het op schrijf en soms is de angst de baas worden  de ene keer moeilijker  dan de andere keer.  Ben je er in ieder geval bewust van, dat als je je angsten onder woorden brengt, je al op weg bent om ze aan te kunnen.

Dan ik met mijn beestje. Vogelspinnen zou ik geen beestjes willen noemen, maar vreselijke beesten. De eerste paar avonden na mijn ‘bewustwording’ van mijn angst op zolder liep ik eerst een ronde door onze slaapkamer. Gisterenavond deed ik dat niet en keek ik zelfs niet onder het bed. Er is nog hoop om me in ons eigen huis weer ‘veilig’ te voelen. Daar ben ik blij mee. En toch…..moet ik er niets, maar dan ook helemaal niets van hebben!!!

Betrokken bij je werk én invloed?

Vanmorgen hoorde ik in de supermarkt twee medewerkers tegen elkaar praten. Wat een narigheid. Zij hadden geen last van klanten die eventueel mee luisterden, maar ik als toehoorder moest het  wel aanhoren.

Ze liepen tegen elkaar te klagen over de jonge vakantiemedewerkers. ‘Ik snap niet waarom Joop al die vakantiekrachten heeft aangenomen.’ ‘Wij hebben onze handen er aan vol, je moet alles uitleggen en zelfs dan, doen ze het nog niet goed.’ ’Beter was het geweest als hij het bij de zaterdagkrachten had gehouden, maar die zullen wel te duur zijn.’

Het was duidelijk, zij ergerden zich aan hun leidinggevende en vonden de werklast te veel toegenomen met al die jonge krachten. Wat een gemopper! Ik moest op mijn tanden bijten om niets te zeggen en liep maar snel door.

Wat een verspilde energie dacht ik toen ik naar huis fietste. Dat helpt niets en je gaat je alleen nog maar meer ergeren. Ik zal maar eerlijk zijn, ik deed het ook in mijn jongere jaren! Overal op mopperen en me groen en geel ergeren.

Inmiddels ben ik ‘wat’ wijzer geworden en weet ik dat mopperen niets helpt.

cirkel

Als teamcoach ben ik vaak in gesprek met mensen, gevraagd en ongevraagd mag je dan advies geven. Ik praat graag met mensen over de cirkel van invloed en betrokkenheid. Als medewerker voel je je betrokken bij de organisatie waar je werkt, of in ons geval in het verpleeghuis, voelen mensen zich erg betrokken bij bewoners. Toch heb je als medewerker niet overal invloed op en zul je moeten accepteren dat sommige besluiten door een ander genomen worden.

Toch, en dat vertel ik vaak aan mensen, kun je wel proberen je invloed te vergroten. Hoe? Door te praten over wat je ziet gebeuren of als je iets moet doen, waarvan jij denkt dat dit heel anders kan. Mopperen en ergeren kost alleen maar energie en daar schiet zowel jij als je werkgever niets mee op.

Dus is het zaak dat je gaat proberen om datgene waar je je over ergert bespreekbaar te maken. Dit natuurlijk met een positieve inslag. Als je gaat roepen: ‘wat een onzin of dit doe ik niet op deze manier’, dan bereik je niets. Ja, toch wel, maar dan het tegenover gestelde. Dat je leidinggevende of je collega’s je een zeurpiet gaan vinden en niet meer naar je luisteren. Ga in gesprek.  Een gesprek waarin je rustig aan geeft wat je hebt bedacht. Aangeven waarom je denkt dat dit beter werkt en daar samen over van gedachten wisselen.

Dan heb je kans dat je door je betrokkenheid te tonen, je meer invloed kunt krijgen op hetgeen je graag anders ziet. Als dat lukt is dat heel fijn voor je……..

Als dat niet lukt, accepteer dan dat sommige besluiten simpelweg door iemand anders genomen worden  en ga je niet ergeren!!

ergeren

Een mooi moment op mijn werk

Ik wilde vanmiddag een glas thee halen in het restaurant van een van onze verpleeghuizen. Mijn oog viel op een oudere dame aan de leestafel. Ze zat daar alleen. Ik zag aan haar dat ze het erg warm had. Ik groette haar, zij gaf een blik van herkenning en zei me vriendelijk gedag terug. Ze kent me inmiddels van gezicht, maar heeft geen idee wie ik ben. Dat is niet erg, dat laat ik maar zo.

Ik heb ook het idee dat dit voor haar niet belangrijk is, er is herkenning, dus is het goed. Ik schoof even bij haar aan tafel en zei: ‘u heeft het warm hè?’ ‘En of’, gaf ze aan, ‘ik ben over mijn hele lijf klam en voel me doodmoe.’ ‘Wat naar voor u’, zei ik en raakte even haar arm aan. Haar rollator stond naast haar. Er stond niets op tafel. ‘Heeft u al wat gedronken sinds u hier zit?’, vroeg ik. Ze opende haar hand en liet me zien dat ze een euro in haar hand had. ‘Ik wilde een kopje koffie uit de automaat halen, maar ik heb geen puf meer om op te staan’, kreeg ik als antwoord. ‘Zal ik een kopje koffie halen voor u?’, vroeg ik. ‘Och kind als je dat zou willen doen, heel graag.’ Ze wilde een kopje cappuccino zonder melk en suiker, pure koffie zoals ze zei. ‘Hier heb je een gulden voor de koffie’ en ik kreeg een natte euro in mijn hand. Onderweg naar de koffieautomaat liep ik eerst naar de kraan en pakte twee glazen water.

Ik bracht haar de cappuccino en zette daar een glas water naast. ‘Alstublieft en geniet ervan’, zei ik. Ze keek naar het glas water en zei: ‘dat hoef ik niet hoor, dat is echt veel te veel voor mij’. Ik ging tegenover haar zitten en begon te vertellen dat je van koffie dorst krijgt omdat koffie vocht onttrekt uit het lichaam. ‘Heeft u dat nooit gemerkt?’ En ik begon een gesprek over het warme weer en transpireren en de gevolgen voor ouderen. Ze nam een slok koffie en zei: ‘wat heerlijk is toch dat schuimlaagje.’ Ze dronk haar koffie op en genoot zichtbaar.

Foto gemaakt door het nationaal ouderenfonds

We spraken nog even door, ze vertelde dat ze vanmiddag even buiten was gaan wandelen, maar dat dit haar niet goed bevallen is. ‘te warm’, gaf ze aan. Ik dronk mijn glas water leeg en terwijl ze zat te vertellen, dronk ze ongemerkt haar glas water leeg. Na ongeveer een kwartier stond ik op en bedankte haar voor de gezelligheid en ze zei: ‘jij bedankt, de koffie was heerlijk en dat koude water ook’. ‘Kom gerust nog een keer bij me langs’ gaf ze aan, ‘het was gezellig.’

Met haar glimlach nog in mijn hoofd, liep ik naar mijn afspraak. Heerlijk, wat een kwartiertje aandacht goed kan doen en ik vond het zelf ook fijn om even te praten met een van onze bewoners. Contact met bewoners heb ik echt af en toe nodig, om vooral feeling te houden met datgene waar we allemaal voor werken tenslotte.

Dit zijn voor mij de krenten in de pap en blij ging ik een paar uur later huiswaarts. Wat een mooi vak, werken met ouderen!

Berichtnavigatie