MensenMens

Blog voor mensen en over mensen

Mantelzorgen is soms pijnlijk

Wat is het toch moeilijk als je (schoon)moeder op 2 uur rijden in een verpleeghuis ligt en het niet helemaal lekker gaat. Langzaam aan het herstellen is van een grote operatie en zien dat er een terugval is waarbij ze vooral psychische last van heeft.

Je gaat er vanuit dat er goede zorg en begeleiding aanwezig is zodat er echte aandacht is voor haar. Echte aandacht hebben voor je bewoner, dat is waar ik op hamer als ik trainingen geef in ons verpleeghuis. Zie en ken je bewoner!

Als je dan zelf van de ene zuster dit hoort en van de ander dat………dan maakt het verdrietig dat je zelf niet ‘even’ langs kunt gaan om te zien hoe het gaat. Ongetwijfeld zullen ze hun best doen, daar ga ik altijd van uit. Maar toch……..voelt het soms niet goed.

We merken, zeker als we in het verpleeghuis zijn, dat ze hun best doen en dat ze ook bang zijn om het niet goed te doen en daarop afgerekend te worden. Je ziet het en je hoort het om je heen. Daar helpt alle media rond de ouders van staatsecretaris van Rijn ook niet echt bij.

Konden we maar met zijn allen de kwaliteit van zorg verbeteren en zorgen voor rust in de verpleeghuizen. Maar het aller belangrijkste is toch wel dat je echte aandacht geeft aan je bewoner en je hierin niet laat afleiden door angst, werkdruk of wat dan ook!

Dan doet mantelzorgen misschien iets minder pijn!

IMG_0592.PNG

Daar ben ik weer……………

Ik ben even weggeweest. Een tijdje had ik andere prioriteiten dan bloggen. Uiteindelijk begon ik het toch te missen om de dingen die ik doe of dingen die ik belangrijk vind in het leven te delen met anderen. Soms vind ik het ook heerlijk om dingen van me af te schrijven.
Mijn idee is om minimaal 1 x per week weer een blog aan te maken en heb ik hier vaker zin in, dan doe ik dat.

Als je wilt reageren, is dat natuurlijk prima. Ik zal proberen om niet zulke lange verhalen te schrijven!

IMG_0588.PNG

Knettert het wel eens in jou team?

foto

Onlangs vertelde een medewerker mij dat ze met grote regelmaat  heel erg gefrustreerd raakt van sommige collega’s uit haar team. Als voorbeeld noemde ze: ‘ik spreek met een bewoner af dat hij op zijn eigen kamer mag ontbijten als hij dat wil.’Na de ochtendzorg gegeven te hebben zei ik tegen de bewoner dat mijn collega binnen 10 minuten zijn ontbijt kwam brengen. Na een kwartier moest ik even iets uit de algemene huiskamer halen en tot mijn verbazing zie ik daar de bewoner aan een tafel zitten achter zijn ontbijt. We keken elkaar aan en zeiden niets.

 Ik zag in zijn ogen het verwijt: ‘jij had me toch iets belooft?’

‘Snap je dat ik me dan zeer gefrustreerd voel en me voor schut voel staan bij die bewoner??’ ‘Dat kan ik me heel goed voorstellen ’ zei ik. ‘Wat zei je collega toen je vroeg hoe dat nu kon gebeuren?’ ‘Ik heb het maar zo gelaten en ben er niet over begonnen, het overkomt me wel vaker en ik maak het vaak alleen maar erger voor mezelf’, snap je? ’kreeg ik als antwoord.

Ik moest direct aan dit voorval denken toen ik vanochtend een artikel las op één vandaag.

Mark Rutte gaf ons land een therapeutische tip: “t Knettert soms”, zo vatte premier Rutte het politieke onweer van de vorige weken samen.  ‘Elkaar de waarheid zeggen, af en toe uit je vel springen, kortom, afreageren, is goed voor ’n mens.’

Wat vind jij daarvan? Vind jij ook dat dit mag gebeuren om vervolgens weer door te gaan met waar je als team mee bezig bent? De journalist schreef ‘Rutte opent waarschijnlijk steevast zijn maandagochtend vergadering met de opmerking: ‘Gisteren is voorbij, we laten ons door niets en niemand gek maken’. Dat is een benadering in de trant van: ‘niks-aan-de-hand-alles-waait-over’.

Dat kan soms  prima werken, maar laat je dan niet iets liggen? Creëer je op deze manier dan niet een sfeer als hierboven beschreven? Dat een medewerker ‘te moe’ is om met een collega in gesprek te gaan omdat er toch niets verandert?

Wat vind jij?

–          mag het knetteren in een team?

–          moet er dan juist wel of niet over nagepraat worden?

–          is knetteren beter dan op de juiste manier feedback geven en samen in gesprek gaan over hoe het ook anders kan?

Kortom, geef je mening op dit blog, dit mag ook anoniem hoor.

Misstanden in de zorg?

Op het werk modderen we maar wat aan. Bijna niet te geloven toch? Ik hoor u denken: ‘hoe kan zo’n zorgorganisatie  nog bestaansrecht hebben?’ Met alle keurmerken en controles is dit toch niet mogelijk! De Inspectie van volksgezondheid onderzoekt regelmatig alle organisaties. En toch modderen ze maar wat aan?

 

Fijn dat u mijn artikel verder doorleest. U zou op heel verkeerde gedachten kunnen komen en misschien uw oordeel al klaar hebben. Het klopt dat we aanmodderen. Maar niet zomaar! We zijn met een klein aantal mensen heel georganiseerd aan het ‘aanmodderen.’

We willen heel graag een elektronische cliëntendossier (ECD) in voeren op de zorgafdelingen.  Dat vergt veel voorbereiding. Om die voorbereiding gaat het nu in dit artikel.  Alles onderzochten we. Is het netwerk van de organisatie er snel genoeg voor? Werken alle onderdelen? Is de handleiding begrijpelijk opgesteld? De 6 medewerkers uit de werkgroep kregen toegang tot het testdossier. Ieder voor zich ging er mee aan de slag. En geloof me, er zijn heel wat zweetdruppeltjes gevallen. Soms was er iemand wanhopig en riep: ‘ik leer dit nooit.’

Tussen het oefenen door evalueren we met elkaar en dat gebeurde op een heel georganiseerde manier. Wat gaat goed en wat levert problemen op? Met hulp van de contactpersoon van de firma die ons begeleidde gingen we opnieuw aan de slag. En vaak was het probleem helder in beeld én kwam er een oplossing. Zo gingen we al modderend het hele ECD door. Dankzij de georganiseerde evaluaties en opmonterende woorden van onze beleidsmedewerker hebben we de finale in zicht.

Nu staan we op het punt om de trainingen te gaan geven aan onze zorgmedewerkers. Ook spannend! Alle digibeten onder ons hebben een basiscursus pc gebruik gehad en nu staan bij hen de zweetdruppels klaar om te gaan stromen.

digibeet

Ik houd vast aan mijn lijfspreuk:        ‘Geen doel is te ver, als je plezier hebt in wat je doet’

En plezierig maken we het zeker.

Normen en waarden én werken in de zorg

Thuis, op je werk, in de maatschappij, overal heb je te maken met regels waaraan je je dient te houden.  Dat geldt voor iedereen en is dus niet alleen voorbehouden voor mensen die in de zorg werken.  Toch vind ik het juist daar erg belangrijk omdat je zorg- en diensten verleent aan zieken, gehandicapten of ouderen. Er is sprake van afhankelijkheid en kwetsbaarheid. Regels mogen dus extra aandacht krijgen vind ik.

Waarden zijn betekenisgevende idealen of motieven die door mensen nagestreefd worden of moeten worden. Normen  zijn afgeleid uit waarden. Waarden leiden dus tot specifieke normen.

Waarden                                                                                            imagesCA0MLEEZ

        ↓

        ↓

Normen

Bij Warande, de organisatie waar ik werkzaam ben is één van de waarden ‘Hoffelijkheid’.  Hier horen verschillende normen/regels bij. Één van de normen die ik belangrijk vindt is: ‘zie en groet elkaar!’

Gelukkig ben ik niet de enige die dit belangrijk vind. Afgelopen week begeleide ik een teambijeenkomst in het kader van een ontwikkeltraject,  toen we in gesprek raakten over onze waarden en normen. We kregen het over de mobiele telefoons van medewerkers. In veel organisaties is afgesproken dat de privé mobieltjes uitstaan tijdens het werk. Wij gingen zelfs zover dat deze in de kluisjes opgeborgen moeten worden en alleen in de etenspauze aan mogen staan.  Maar dat neemt kennelijk niet iedereen even serieus! Soms zie je wel eens iemand een scheve blik op zijn mobiel werpen die half in de zak van het uniform zit. En wat dacht je van mensen die in een lift staan en alleen maar naar hun mobiel staren? Wij vinden dat niet hoffelijk, je ziet de bewoners, familie van bewoners of collega’s niet eens. Dus groet je elkaar ook niet.

Wat is hoffelijkheid eigenlijk? Hoffelijk is een gedragsnorm en houdt in: ‘welgemanierd , wellevend en meedenkend’ zijn.

Hoffelijkheid betekent voor mij dat je: ‘mensen aankijkt als je tegen ze praat of groet. Je mensen aanspreekt met twee woorden. Je geen populair taalgebruik gebruikt als: doei of groetjes.’

Iedereen is er op gesteld dat je gezien wordt als je ergens aanwezig bent. Ik vind het in ieder geval zeer onprettig als mensen langs je heen lopen of in een ruimte komen zonder je te groeten! Soms betekent het dus dat je ‘er moet zijn’ en dat betekent voor de één dat je je gedachten even los moet laten en voor de ander dat je je mobiel moet negeren.

Ik ben blij dat de groep medewerkers zelf aangaven dat ze vinden dat ze feedback moeten geven op mensen die niet hoffelijk zijn.  Als mensen het zelf bedenken werkt het veel beter dan dat je dingen oplegt aan anderen.

Zijn bij jou de normen en waarden van de organisatie bekent en vind je het moeilijk om je er aan te houden?

Het jaar is weer om….

Sinds 9 november niet meer op mijn blog geweest, laat staan dat ik geschreven heb. Ik heb er wel aan gedacht en een echt excuses heb ik niet.

Mensen mailden me en vroegen of er iets aan de hand was. Ook als ik mensen tegenkwam was het ‘niet schrijven’ vaak onderwerp van het gesprek. Ik vroeg mezelf ook af waarom ik niet weer ging schrijven. Want…….. schrijven vind ik echt heerlijk. Zomaar je gedachten op papier zetten of een thema waar ik mee bezig ben, kort weergeven. Was het omdat ik teveel op mijn ipad bezig ben geweest? Had ik niets te vertellen? Komt het omdat ik weinig reacties op mijn blog krijg, waardoor ik ging denken: ‘voor wie doe ik het eigenlijk?’

Geen idee wat me bezielde. Bezieling heb ik nog voldoende, dus daar ligt het niet aan. Ach, waarom moet iets altijd een reden hebben? Genoeg gedacht, ik ben er weer.

Vandaag, op de laatste dag van het jaar kijken heel veel mensen terug op het afgelopen jaar. Je komt er ook bijna  niet onderuit. Je kunt geen krant openslaan of de tv aanzetten en er is wel een terugblik. Als ikzelf terugblik, kan ik terug kijken op een mooi jaar. Privé hebben we een goed jaar achter de rug. De balans was prima als je kijkt naar mooie en de soms lastige dingen. We hebben veel gezellige momenten gehad met elkaar, familie en vrienden. Helaas niet de loterij gewonnen, maar geld maakt niet gelukkig dus daar komen we wel overheen. Op mijn werk heb ik ook veel energie gekregen en terug kunnen geven. Ik heb veel verschillende werkzaamheden en veel vrijheid om die in te vullen. Het is fijn als je merkt dat er vertrouwen in je is.

En verder natuurlijk de wereld om ons heen. De Nederlandse samenleving ondergaat de komende jaren een veranderingsproces dat vele van ons een gevoel van angst bezorgt. De verzorgingsstaat, met een overheid die veel voorzieningen garandeerde, verandert naar een maatschappij met meer zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van de burgers. Participatie is een woord dat veel gevallen is. Het zal naast vele uitdagingen ook kansen met zich meebrengen. Verder hoop ik één ding en dat is, dat het printen van eten nog heel lang op zich laat wachten!

Morgen 1 januari 2014, we gaan meemaken wat voor jaar het zal worden. Je ontloopt je lot niet. Wat ons kan helpen is wat mij betreft: “blijf leven in het hier en nu, neem tijd voor jezelf, sta eens stil bij de dingen die je doet en bovenal accepteer elkaar, kijk niet naar de verschillen maar naar de overeenkomsten.” Dan hebben we vast de troef in handen om er een goed jaar van te maken

Een fijne jaarwisseling gewenst!

Pak jij je verantwoordelijkheid op in je werk?

Vandaag kwam ik iemand tegen die ik lange tijd niet gesproken had. Na beleefdheden uitgewisseld te hebben over hoe het met ons ging en nadat de gebruikelijke ditjes en datjes aan de orde waren geweest, spraken we verder.

Ja, ze werkte nog als manager in een verpleeghuis. Nee, ze vond er niets meer aan! Veel druk van ‘boven en beneden’ vertelde ze. Ze had het wel gehad. Van baan veranderen? Hoe ik dat in deze tijd kon vragen zei ze vinnig. Zo makkelijk vind je geen nieuwe baan en zeker niet op mijn leeftijd. Onlangs is ze 52 geworden vertelde ze mij.

Duizenden gedachten gingen door mijn hoofd. ‘Wat is ze verzuurd geworden zeg!’ Jee, wat jammer, vroeger was ze echt een bevlogen mens , hoe heeft ze dit laten gebeuren?’

werk waar je van houd

Bevlogenheid. Een onderwerp wat me erg aanspreekt. Ik zie het ook  in onze organisatie, dat er mensen werken die hun passie kwijt zijn en zichzelf de dag doorsleuren. Klagen en mopperen over werkdruk, vervelende collega’s of lastige bewoners. Iedereen maakt momenten mee dat je er ‘even’ geen zin meer in hebt. Maar, als dit langdurig wordt moet je je eigen verantwoordelijkheid oppakken en wat doen! Dat dit niet zo makkelijk is, weet ik als geen ander. Ook ik dacht anderhalf jaar: ‘deze baan is het niet meer, maar wat dan?’

Ik pakte de bal op en had geluk dat mijn werkgever met me mee dacht en me de kans gaf mijn passie te zoeken. Volgens mij moet je jou geluk zelf zoeken en niet wachten tot het op je af komt!

Dus, wees geen slachtoffer van jezelf in je werk. Doe wat aan de dingen waar je tegen aan loopt. Afgelopen week was Meldpunt op Tv. Daar ging het over slechte zorg in verpleeghuizen. Al twitterend ‘sprak’ ik met iemand die het net als ik belangrijk vindt dat, je iets gaat doen, als je ergens niet tevreden over bent. Angst om het ter sprake te brengen is een veelgehoord excuus. Ik werk nu sinds februari als teamcoach en in  trainingen, intervisie of gesprekken probeer ik de ‘onderkant’ of beter gezegd de mensen op de werkvloer sterker te maken. Kom voor jezelf of je bewoners op. Praat erover. Benoem de feiten en laat je emoties daarbij niet in de weg staan.

Zoek de liefde van je vak weer op. Doe de dingen waar je energie van krijgt. Uiteraard zijn er altijd facetten die je niet zo leuk vindt. Als je je focust op energie gevende werkzaamheden, geniet je echt veel meer in je werk. En….niet minder belangrijk, als jij geniet, genieten de bewoners die je verzorgt ook meer! En daarom zijn we toch in de zorg gegaan?

Wil je hier eens over praten? Doen! Voor tips mag je me mailen, maar doe wat!!

Klanten of systemen? Verdraaide organisaties!

Veel organisaties die te maken hebben met klanten zitten verstrikt in allerlei systemen die het bedrijf nog beter moeten maken. Zelf ben ik werkzaam in een zorgorganisatie, maar ook op scholen en zelfs bij winstgevende organisaties komt het voor dat er gewerkt wordt vanuit systemen. Daardoor komt het voor dat klanten uit het oog raken en medewerkers werken vanuit systemen.

Momenteel lees ik het boek ‘Verdraaide organisaties’ van Wouter hart. Ik herken  veel van de inhoud. Het boek pakt me, raakt me en waarom? Omdat ik van alle kanten merk dat het waar is wat ik lees.

Veel organisaties hebben moeite om de bedrijfsvoering op orde te krijgen of te houden. Er speelt teveel in de meeste organisaties. Er wordt hard gewerkt aan het formuleren van beleid op alle terreinen, aan het in kaart brengen van de processen, het opstellen van procedures, protocollen en werkinstructies. Aan het helder beschrijven van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met de daarbij behorende functieprofielen. En daarnaast lopen er nog verschillende andere projecten. Het is teveel!

van buiten naar binnen

In deze organisaties wordt zoals Wouter Hart het beschrijft van buiten naar binnen gewerkt.  Dit leidt tot een soort indirecte manier van werken. Een probleem in de leefwereld (in het gedrag van mensen) wordt dan vaak via de systeemwereld aangepakt, door regels toe te voegen en de controle daarop.  Waar ben je dan als medewerker? Loop je niet enorm het risico om je bevlogenheid kwijt te raken op die manier? Eigenaarschap is een term die je heel veel hoort tegenwoordig. Het hebben van eigenaarschap in je werk en dan vooral op de ‘werkvloer’ motiveert en maakt je betrokken en bevlogen. Met alle systemen in organisaties is het eigenaarschap ver te zoeken.

Waar is de tijd gebleven dat je met een van de ‘betere’ bewoners een middag kon gaan zitten om een levensboek te samen te maken? Foto’s verzamelen en al pratend terug kijken naar hun leven. Toen was er echt optimaal contact met bewoners. Tegenwoordig past dit niet meer in de tijd van hun zorgzwaartepakket en is dit niet meer mogelijk. Of de tijd dat je een bewoner kon verwennen met lekkere hapjes waar ze van smulden? Dat kan tegenwoordig niet meer ongestraft. Als iemand te dik wordt en je werkt er niet aan om hem of haar te laten afvallen heft de inspectie een vinger op: ‘denk aan de morbiditeit van de bewoners’, te dik zijn is ongezond. Hiermee zeg ik niet dat het allemaal kommer en kwel is in de zorg. Maar het kan veel beter!

Zelf heb ik het als klant van de KPN ook aan de stok met hun medewerkers. Zij vinden dat ik me moet aanpassen aan hun systeem. Ik moet geld betalen voor 3 maanden, terwijl ik nog maar 3 dagen hoef te betalen. ‘Mevrouw, ik beloof u, u krijgt het restant geld binnen 3 maanden weer van ons terug.’ Gek dat ik dat bedrag niet wil storten? Vinden hun van wel, want zo zijn de systemen bij KPN nu eenmaal. We zullen zien wie er wint!

van binnen naar buiten

De cirkel van binnen naar buiten laten bewegen, dat zou echt een heleboel ergernissen doen laten verdwijnen. Wordt vervolgd, dit boek heeft me in zijn greep!

werken met het zorgleefplan en je verantwoordelijkheid in de zorg

Ik ben een van de 4 interne trainers binnen Warande om medewerkers te leren werken met het zorgleefplan wat is opgesteld door een aantal organisaties die het werken met mensen met een zorgvraag willen verbeteren (oa. Actiz, LOC, IGZ). We gaan het werken met de 4 domeinen als kapstok gebruiken voor het gehele zorgleefplan. Behoeftes inventariseren via de structuur van de 4 domeinen en alle zorg- en dienstverlening hierop afstemmen.

4 domeinen

Het eigenlijke doel is het zien van de gehele mens en niet alleen zijn of haar zorgvraag. Een omslag teweeg brengen in de zorg. Niet meer kijken naar de beperkingen van de bewoner, maar juist naar iemands mogelijkheden en behoeftes. Iedereen rondom de bewoner wordt geleerd om bij elke vraag na te denken over wie iemand nu echt is en wat iemand heeft gemaakt als mens in zijn leven. Wat je meemaakt in je leven bepaalt voor een groot deel hoe je omgaat met het hebben van beperkingen en afhankelijkheid.

In een van de 1e lessen spraken we over het verdelen van je aandacht op de juiste manier tussen de bewoners op jou afdeling. ‘Hoe doe ik dat en wat doe ik als ik met dit vraagstuk niet uit de weg kom? Ik voel me soms zo machteloos. Hoe ga ik om met een bewoner die bijna doorlopend aandacht claimt terwijl een andere bewoner nooit aandacht vraagt en krijgt?’ Een behoorlijk dilemma die we uitgebreid besproken hebben.

We hebben alle kanten bekeken en besproken en uiteindelijk kwamen we op de rol van een verzorgende of helpende.

We bespraken het volgende: ‘neem jij hierin verantwoordelijkheid? Ga je stappen ondernemen om dit onderwerp te bespreken? Of blijf je lopen met je gevoel van machteloosheid om op de langere termijn je werkvreugde te verliezen? En nog erger…..blijf je doorgaan met een bewoner tekort doen en hem of haar te weinig aandacht te geven? Zoek je contact met beide bewoners om te onderzoeken of jou beleving wel de juiste is en durf je het gesprek aan te gaan met de bewoner die veel aandacht claimt om samen te analyseren wat er eventueel achter dat gedrag zit? Of houd je je vooroordeel vast en vind je het een lastige en zeurderige bewoner?

Hier kom je niet zomaar uit. Het belangrijkste vind ik echter, is stil staan bij deze situaties. Je bewust worden dat je zelf ook zaken kun oppakken en hulp durven vragen en je kwetsbaar op stellen. Maar ook doorgaan met praten als je geen gehoor vindt bij je leidinggevende of arts. Doorgaan en opkomen voor de bewoner. De bewoner die van jou afhankelijk is!

Hoe denk jij hierover……… geef je mening eens?

Simulatie training dementie

Vanmiddag werd ik even meegenomen in de leefwereld van een persoon met dementie. PGGM nodigde een aantal medewerkers van Warande, de organisatie waar ik werk als teamcoach, uit voor een simulatietraining. Into D’mentia is ontwikkeld vanuit de overtuiging dat een beter begrip van het ziektebeeld van dementie, de relatie tussen de verzorgde en de persoon met dementie direct verbetert en verdiept. Als je zelf ervaart hoe het is om met dementie te leven, snap je het beter, toon je meer begrip, ervaar je de zorg als minder zwaar…en kun je betere zorg leveren.

Ik had geen idee wat ik kon verwachten. Toch ging ik er open in en had me voorgenomen om mijn eigen denken uit te schakelen. De simulatie vond plaats in een mobiele ruimte. Na een korte uitleg liep ik met een boodschappen tas, die ik mee had gekregen naar binnen. Ik werd ondersteund door een vernuftig apparaat wat op mijn rug hing. Dit was mijn innerlijke stem. In een nagebouwde woonkeuken beleefde ik een dag uit het leven van een iemand met dementie.

Mobiele cabine

In 25 minuten tijd beleefde ik verschillende momenten uit een dag van iemand met beginnende dementie.

Het was echt een vreemde gewaarwording. Het ging goed om mijn eigen  gedachten uit te schakelen. Hierdoor ging ik volledig af op ‘mijn’ innerlijke stem. Ik voerde opdrachten uit en ‘mijn’ stem nam me mee.  Na 25 minuten ging ik naar buiten om boodschappen te gaan doen. Buiten stond mijn begeleidster!  Ik wist waar ik was, maar had toch wat moeite om weer in mezelf terug te keren. Ik was echt een beetje daas in mijn hoofd en dat voelde onwerkelijk aan. In het nagesprek kon ik mijn ervaringen delen.

Nog een beetje raar in mijn hoofd liep ik naar de parkeergarage om mijn auto op te halen . Ik liep via een matglazen trap naar beneden en ik lieg niet, maar zelfs lopen op die trap voelde onwennig. Toen ik de parkeergarage uit reed viel me pas op hoe groot deze was. Al speurend om me heen vond ik natuurlijk de uitgang. Ik zat in een voor mij vreemde wijk in Zeist, dus had ik de tomtom ingesteld. Zelfs toen leek het alsof ik nog in in de cabine zat. Gelukkig herkende ik de omgeving al snel en werd ik weer mezelf. Het is bijna niet te geloven wat ik schrijf en toch is het de waarheid.

Wat me opviel was dat prikkels heel sterk binnen komen. Dat je aan alle knoppen gaat zitten draaien en trekken als de radio keihard staat en nergens op reageert. Dat zoeken in kastjes het gevoel geeft van ‘niet weten.’ Kortom ervaringen genoeg om met medewerkers te bespreken als ik trainingen, coaching of intervisie geef.

Graag had ik nog iets sterker de wanhoop of angst ervaren die ik regelmatig zie op de gezichten van mensen met dementie. Dat is bijna niet mogelijk gaven ze aan bij het nagesprek.

Ik hoop van ganser harte dat ik het ook niet echt ga ondervinden. Dat zou betekenen dat ik zou lijden aan dementie en dat gun ik niemand, zelfs mezelf niet.

Berichtnavigatie

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 47 andere volgers